Blindstroom, wat is het, de noodzaak dit te verminderen. Blindstroomcompensatie.


Blindstroom, wat is het?

In bedrijfsinstallaties loopt er over het algemeen meer vermogen door de kabels dan er werkelijk wordt gebruikt. Dit fenomeen wordt omschreven als blindstroom of blindvermogen. In een aantal gevallen moet worden betaald voor dit blindvermogen. Tevens zorgt dit blindvermogen voor een extra belasting van het net (zowel binnen als buiten het bedrijf). Indien u de aansluiting moet vergroten dan is het te overwegen om het blindvermogen te reduceren omdat dit mogelijk minder kost dan het vergroten van de installatie.
Blindstroom ontstaat doordat bij wisselspanning in apparaten de stroom en spanning niet tegelijk lopen. Hierdoor ontstaat een faseverschil en treedt er verlies op. Deze verschuiving wordt aangeduid met cosφ of ook wel cosinus-phi of cos-phi. Indien deze gelijk is aan 1 dan is er geen verschuiving (geen blindstroom) en hoe lager dit getal des te groter is de verliesfactor en dus meer blindstroom.
Cos-phi veronderstelt een sinusgolfvorm maar o.a. door het toepassen van omvormers gelijkrichters en frequentieregelaars is dit vaak niet het geval. In de tegenwoordig gehanteerde powerfactor zit ook de niet sinus (dus ongelijkmatige golfvormen) verwerkt. Ook voor de powerfactor geldt dat bij 1 geen blindstroom aanwezig is en hoe lager dit getal hoe meer blindstroom.

 

De nadelen van blindstroom (of blindvermogen) zijn dat:

  • Er meer vermogen nodig is om de elektriciteit te leveren en er is dus een grotere diameter kabel nodig.
  • Er lopen grotere stromen door de kabels en betekent dat de afnemer een grotere aansluiting nodig heeft als wanneer de blindstroom lager was.
  • Er is meer warmteontwikkeling in de kabels (verlies).

 

Hoe blindstroom te verminderen:

  • Blindstroomcompensatie d.m.v. blindstroomcompensatie-installaties (condensatoren of condensatorbatterijen in geregelde en ongeregelde uitvoering).
  • Apparatuur kan worden vervangen door apparatuur met een lagere blindstroom (betere cos-phi of powerfactor). Te denken valt aan verlichting, elektromotoren, etc.
  • Bij aanschaf van nieuwe apparatuur er voor zorgen dat apparatuur wordt aangeschaft met een goede powerfactor, groter dan 0,95 en in ieder geval minimaal 0,85. De meeste nieuwe apparatuur (vanaf 25W) zal hieraan voldoen. De nieuwste LED verlichting voor de industrie voldoet hier aan.

 

Belangrijk voor grootverbruikers die:

  • Aanschaf nieuwe apparatuur overwegen
  • Betalen voor blindstroom
  • Een grotere stroomaansluiting nodig hebben

 

Financiele overwegingen:

In tegenstelling tot kleinverbruikers wordt bij grootverbruikers meestal wel blindstroom gemeten. Een elektriciteitsleverancier mag vanaf enkele jaren geleden ook voor blindstroom kosten in rekening brengen hoewel dit nog niet overal gebeurt. Er worden vaak pas kosten in rekening gebracht als de powerfactor kleiner is dan 0,85. Een en ander is op de elektriciteitsrekening aangeduid als kVArh. Het tarief is zo ongeveer € 0,01 - € 0,02 per kVArh.
Financieel kan dit betekenen dat dit toch extra kosten met zich mee brengt in de vorm van een grotere aansluiting ook al wordt op de stroomrekening de blindstroom (nog) niet in rekening gebracht.
Kosten en terugverdientijden van blindstroomcompensatie-installaties zijn niet op voorhand aan te geven en zijn zeer sterk afhankelijk van de situatie ter plaatse.
Apparatuur met een hogere powerfactor dan 0,85 is tegenwoordig niet duurder dan apparatuur met een lagere powerfactor.
Condensatorbatterijen voor het verbeteren van de powerfactor worden genoemd op de energielijst 2015 met code 220911. Deze komen onder voorwaarden dan ook in aanmerking voor de Energie Investerings Aftrek (EIA) regeling. U mag dan eenmalig een bedrag ter grootte van 41,5% van het investeringsbedrag ten laste brengen van de winst.
Meer informatie kunt u vinden op de website van het ministerie http://www.rvo.nl/subsidies-regelingen/energie-investeringsaftrek-eia

 

Milieu

Met betrekking tot het milieu kan worden aangevoerd dat blindstroom er voor zorgt dat er meer verliezen optreden, het af te nemen vermogen beperkt (lager totaalrendement) en meer warmteontwikkeling in kabels veroorzaakt.